De Vlaamse koehond

De Vlaamse koehond is een rashond,  in hart en nieren. Oorspronkelijk werd deze indrukwekkende verschijning gebruikt als kuddedrijver, trekhond en karnhond. De Vlaamse koeien- of veedrijvers, die goede honden nodig hadden om hun kudden te drijven, selecteerden de honden waarover ze in hun streek beschikten enkel en alleen op hun gedrag en hun lichamelijke kwaliteiten. De Vlaamse koehond, het lichaam kort en gedrongen, de ledematen sterk en goed gespierd, is hun uitverkoren hond. Hij maakt indruk door zijn kracht, zonder plompheid. Kenners zeggen dat hij het kalme en onbezonnen karakter heeft van een wijze durver. Zijn vurige blik getuigt van intelligentie, energie en onverschrokkenheid. Het is de Flandrien onder de honden.

De modernisering van de uitrusting van de boerderijen heeft het aanvankelijk gebruik van de Vlaamse koehond gewijzigd en vandaag is hij vooral een bewaker van eigendommen en hofsteden, een verdedigings- en een politiehond. Door zijn lichamelijke aanleg, geschikt gedrag en uitmuntende kwaliteiten op gebied van reukzin, initiatief en intelligentie, kan hij ingezet worden als speur- en verbindingshond en tegen wildstroperij.

De Vlaamse koehond, vergeten icoon uit een rijk verleden.