Het Vlaams trekpaard

De verloren zoon.

Toen België onafhankelijk werd, wilde men een eigen Belgisch paardenras. Het nieuwe België had in die tijd drie verschillende rassen: het Ardeense, de Brabander en het Vlaamse trekpaard. Omdat men slechts één officieel ras wilde besloot men de drie soorten te kruisen tot één nieuw ras met de chauvinistische naam “Belgisch Trekpaard” dat eigenlijk werd vertaald uit het Franse ‘Cheval de grand Trait (waarmee de Fransen het Vlaamse trekpaard bedoelden).

Vanwege de Fransgezindheid van ons landje in die tijd was het belangrijk dat de benaming Vlaams trekpaard uit de annalen verdween. Men richtte een stamboek in voor de nieuwe Belgische Trekpaarden en enkel zij die een officieel certificaat verkregen konden hun trouwe viervoeters nog exporteren of verkopen. Het gevolg was dat waar voorheen Vlaamse paarden werden gekweekt men overstapte naar het kruisen van andere rassen om zo een minderwaardig maar Belgisch trekpaard te verkrijgen. Het verkregen ras was kleiner en logger met veel meer vlees op het achterwerk. Omdat ze nog het meest leken op de Brabanders, wordt ook vandaag het Belgische trekpaard nog dikwijls Brabants trekpaard genoemd. Zelfs brouwerij ‘Palm’ maakt gebruik van deze lieve massieve boerenknollen in haar reclamecampagnes. Het Vlaamse trekpaard stierf een stille dood in Vlaanderen.

Ras apart.

De Amish zijn, net als de Vlamingen, een koppig volkje dat zich in verschillende staten van Amerika heeft verspreid. Deze groep leeft strikt volgens het geschreven woord van de bijbel en zweert zo goed als elke technische innovatie die hun het leven gemakkelijker zou maken af. Het leven is een strijd en dat hoort ook zo te blijven. Gemakzucht en genot worden afgezworen. De Amish waren arm en kregen de slechtste landbouwgronden toen ze naar Amerika trokken. Om de harde bodem met de zware ploegen te kunnen doorklieven had men veel paardenkracht nodig. Toen in België het Vlaamse paard plotseling moest verdwijnen, werden ze massaal opgekocht (tot 25.000 stuks per jaar) en door de armere Amish boeren naar Amerika gebracht. Het Vlaamse paard verdween in België en kwam in Amerika terecht. Terwijl bij de Amerikaanse boeren na de 2de wereldoorlog de paarden werden vervangen door tractors, ploegde de Amish boer verder met ‘The horses coming from the low lands on the North Sea, in Amerika beter bekend “the Belgians” omdat destijds ‘Belgian’ stond vermeld op de douane papieren.

Toen na de onafhankelijkheid het Belgische trekpaard werd gekweekt, stopte de uitvoer naar Amerika. Het kleinere en minder krachtige dier was niet meer geschikt voor het zware werk op de Amerikaanse velden en de Amerikanen hielden het hier voor bekeken wat paarden betrof. Wie ooit een echt Vlaams paard in werkelijkheid heeft gezien, weet dat een mooi stukje Vlaams patrimonium, alle Brabanders ten spijt, in Amerika zit. Het Vlaamse paard is groter, gespierder en mooier gebouwd. Bovendien spreken we hier van een zuiver ras en is er van inteelt of andere rasverzwakking geen sprake.

Terug van weggeweest.

In 1993 komt Roger Talpe via een Belg in Canada op het spoor van een authentiek paardenras dat luisterde naar de naam “Belgian”. Talpe is smid van beroep en bezit logischerwijze een passie voor paarden. Korte tijd later landt het eerste Vlaamse paard na 110 jaar ballingsschap in Zaventem. Een krantenknipsel over die “Northfolk Duke”, de Vlaamse hengst uit Canada, wekt de interesse van Marc Renders uit Lier, eigenaar van een kruidenkwekerij. Het paard dat hij ziet bij Talpe is voor hem een jongensdroom en spoedig reist ook hij af naar Canada en nadien naar Topeka. Topeka ligt in de Amerikaanse staat Indiana en bevindt zich op ongeveer 250 km van de stad Chicago. Hier heeft elk jaar de grootste paardenverkoop van gans Amerika plaats. Talpe en Renders komen met 4 merries terug naar huis. De wedergeboorte van het Vlaamse paard in België is begonnen maar de strijd om datzelfde Vlaamse paard ook als dusdanig te erkennen, gaat nu pas van start. Het ministerie van Landbouw weigerde reeds tweemaal om het Vlaamse paard als ras te erkennen. In Amerika staat het Vlaamse paard immers bekend als ‘Belgian’ en alleen onder die naam wil men in België het paard registreren. Enkel wanneer Marc Renders kan bewijzen dat bij elk uit Amerika geïmporteerd paard gedurende de meer dan 100 jaar alleen Vlaamse paarden in de stamboom voorkomen, zou men wel op een erkenning kunnen rekenen.

Door de officiële stamboeken van de ‘Belgian Draft Horse Corporation of America’ werden alle Vlaamse paarden die vanaf 1887 Amerika binnenkwamen geregistreerd. Hier spreekt men voor het eerst over de “Horses coming from the Low Lands on the North Sea” waarmee Renders voldoende bewijzen heeft. Maar er is meer. Een artikel in het Belgische Staatsblad van 1906 vermeldt immers dat alle Belgische paarden die willen genieten van de speciale uitvoertaksen moeten toebehoren, wij citeren “ aan het zuiver Vlaamsch, Brabantsch of Ardeensch ras, of voorkomt van de kruising dezer rassen onder elkander”. Lap, verwarring en paniek alom. Het Belgische Trekpaard is geen zuiver ras, het Vlaamse wel.

Topeka, 3 november 1998, Indiana – Amerika

Men is er zich op deze reusachtige paardenveiling nauwelijks van bewust dat er in België ook zoiets als mensen lopen. “You’re from Belgium? Unbelievable? You’re a Belgian”. Haha.
Nog nooit zag ik zoveel publiciteit voor de Belgen. Op trucks, stoelen, tenten, huizen en opleggers, overal vind je de Belgians.
Hier sta ik dan in het verre Amerika naar een verkoop van Vlaamse paarden te kijken, nota bene het paardenras met het grootste stamboek van gans Amerika. Per jaar komen er 4 tot 5.000 Belgians bij.
Naast mij staat Marc Renders te glunderen. Hij kan er niet genoeg van krijgen, loopt nogmaals door het doolhof van de stallen achter de verkoopzaal en wijst me telkens op één of ander schitterend viervoetig exemplaar. De meeste paarden veranderen van eigenaar voor zo’n 2 tot 4.000 dollar.

Achter de stallen wordt een “pullingcontest” georganiseerd. Twee Belgians zijn in staat om vijf ton stenen in een slede met platte bodem voort te sleuren. Veel Belgians worden dan ook gebruikt als boomslepers in het bos. Anderen trekken zware ploegen of dorsmachines voor het oogsten van de maïs. Dankzij het gebruik van paarden, blijft de grond vruchtbaarder. Zware tractors drukken de grond samen en verstikken de bodem.

Dit jaar koopt Marc Renders geen paarden in Topeka. De kweek van zijn eigen merries in België loopt goed. Het Vlaamse paard is opnieuw in België. De verloren zoon is terug thuis.  Een deel van het Vlaams patrimonium is terug, nadat het 110 jaar geleden stomweg is verloren gegaan. En, het Vlaamse trekpaard ziet eruit als 100 jaar geleden. Gelukkig maar.

Tekst: Erik Tanghe
Schilder: Tom van der Weerden